avsschrijft.nl

De grote boze binnenwereld

Droom in de ijskast

Er zijn tal van dagen dat ik me afvraag of het schrijven echt zonder moeite zal gaan. Het beeld is zo romantisch: je zit achter je bureau met sfeervolle verlichting om je heen, het is stil en de woorden stromen uit je vingers – je stopt op het hoogtepunt en de eerstvolgende keer dat je schrijft, pak je het op alsof je nooit bent gestopt. Maar de realiteit is alles behalve dat. Mijn eigen hoofd staat me in de weg. Beginnen is lastig zat, maar doorgaan is onmogelijk. Het is alsof er telkens weer een boomstam op mijn rivier valt, waardoor ze niet stroomt.

Het is frustrerend en het is pijnlijk. En die gevoelens staan op hun beurt het schrijven dan weer in de weg.
En zo beland ik een cirkel. De cirkel waardoor mijn schrijversdroom al jaren in de ijskast staat – alleen en bevroren, te koud om aan te raken.

Migraine als spelbreker

Al sinds mijn 11e worstel ik met wat ik toen nog ‘heftige hoofdpijnen’ noemde. Pas sinds een jaar of 4 noem ik het beestje bij zijn naam: migraine. En pas sinds een maand geef ik mezelf de ruimte om te accepteren dat ik een ziekte heb. Het opschrijven voelt onwennig. Ik heb het nooit als ziekte gezien, maar dat is het wel. Het is een (in mijn geval chronische) hersenziekte. Het is een ziekte waar je weinig grip op hebt. Het maakt machteloos en helaas ook dood- en doodmoe. Het kost al genoeg energie om te werken in loondienst, laat staan om mijn huishouden, sociale contacten, hobbies en passies bij te houden.

Een twee-wekelijkse aanval staat het schrijven in de weg. Niet alleen moet ik een alles overheersende pijn verdragen, waardoor ik niks anders kan dan in een donkere kamer liggen en wachten tot het over is, het herstel kan 3 dagen duren. Ik ben ontzettend moe, heb geen energie in mijn lijf of hoofd en ik voel me depressief. Mijn hoofd dwingt mijn leven als schrijver tot een stilstand.

Sluipmoordenaar

‘Het lukt me niet’. De woorden van de sluipmoordenaar in mij die pas 2 jaar geleden is ontdekt.

Voor buitenstaanders lijkt er doorgaans niets aan de hand. Tot mijn 31e heb ik een masker gedragen die mijn ADHD goed verbloemde. Bovendien heb ik mezelf simpelweg al die jaren moeten redden in de wereld en de overlevingsdrang heeft ervoor gezorgd dat dat op mijn manier is gelukt. Dat klinkt moeiteloos. Maar dat is het niet. Het is heel zwaar, en elke dag wordt dat masker zwaarder tot het je helemaal naar beneden trekt en het niet meer lukt om op te staan. Rond mijn 30e lukte het me dan ook niet meer om me in deze wereld te bewegen met het masker op. Daarom heb ik de stap gezet richting een diagnose. De ADHD diagnose was erkenning dat ik niet geboren ben als faalhaas, maar als iemand van wie het brein anders werkt. Helaas neemt dat de faalervaringen niet weg. Evenmin heeft de diagnose de sluipmoordenaar niet opgepakt en opgesloten.

Hoe dat zich uit in het schrijven? Ik start een verhaal, ik werk het uit en ik schrijf een scène of wat. En dan stop ik weer. Niet omdat ik het niet leuk vind. Niet omdat ik het niet wil. Niet omdat mijn vaardigheden niet goed zijn. Maar omdat mijn hoofd mijn lijf tegenhoudt.

Neurologische verklaring: ik maak de dopamine die nodig is om aan een taak te starten niet aan. Als het wél lukt en ik eenmaal bezig ben, stromen mijn hersenen over aan dopamine (en noradrenaline). Als ik stop, stopt die toevoer en is het nagenoeg onmogelijk een paar dagen later verder te gaan waar ik was gebleven. De taak is volgens mijn hersenen ‘klaar’, dus denken ze dat ik geen nieuwe dopamine nodig heb voor ‘dezelfde’ taak. Ergo: ik kan letterlijk niet verder.
Wat voor een niet ADHD-er van nature gaat (ik wil schrijven, dus ik schrijf), is voor mij dagelijks de Mount Everest. 

De menselijke verklaring? I suck. I suck and I quit.

De schaduw 

Mijn schaduw die me al 33 jaar volgt. Ik worstel met depressieve gevoelens, deels door de migraine, deels door de tot 2 jaar geleden niet-gediagnosticeerde ADHD, deels door trauma’s. Mijn schaduw hangt boven me, als een grauwsluier over mijn dagen. De ene dag vangt hij me en tast ik in het duister, op zoek naar mezelf. De andere dag is hij niets meer dan een aanwezigheid die ik negeer. De schaduw zit echter altijd in mijn hoofd en vertelt me dat ik nutteloos ben. Dat het anderen toebehoort om succesvol schrijver te worden, niet mij. Dat mijn enige taak op aarde is om te onderwijzen, niet om te ondergaan. Dat mijn dromen niet belangrijk zijn en dat het me toch niet gaat lukken.

Het leven beweegt

Het leven kan zwaar zijn. Het leven kan prachtig zijn. Wat het ook is op dit moment, er is altijd wel iets wat het schrijven in de weg staat.
Neem 2025, vol mijlpalen: een toffe baan, een lopend bedrijf, mijn huwelijk en huwelijksreis naar Schotland, en in november verhuizen we naar ons eigen droomhuis, waar we de feestende buren en bouwwerkzaamheden inruilen voor vogeltjes.
Ben ik daar eeuwig dankbaar voor? Zeker weten dat ik dat dat ben!

Maar mijlpalen kosten veel tijd en energie. Vlak voor mijn huwelijk (en dan bedoel ik eigenlijk het 1e en 2e kwartaal van dit jaar), ben ik alleen maar bezig geweest met voorbereidingen. Daarna was ik dik een maand op vakantie. Een dag na mijn huwelijksreis hebben we een huis gekocht, dus de rest van het jaar staat in het teken van hypotheken, verzekeringen en verhuizen. Het betekent regelen, structureren, plannen, inpakken, uitpakken, landen en wennen.

En dat betekent uitstellen. Uitstellen van schrijven.
Tenminste, in mijn hoofd. 

Afwijzing

Moet ik doorgaan of moet ik gewoon accepteren dat mijn schrijfdroom altijd een droom zal blijven? De vraag of dit mijn pad wel is, komt dagelijks in mijn hoofd naar boven. Maar het ding is: schrijven was nooit ‘gewoon een hobby’. Het is sinds ik me kan herinneren een uitlaatklep geweest. Op mijn 6e schreef ik al dagboeken vol over mijn ervaringen en gevoelens. Vanaf mijn 10e schrijf ik verhalen. Waar ik vroeger schreef om te ontsnappen aan de wereld, schrijf ik als volwassene verhalen om er de zin van in te zien – om mijn donkerste gedachten te uiten in personages en metaforen; om mijn schaduw vorm te geven en los te laten. Elke dag, de hele dag, ben ik bezig met mijn verhalen.

Ik schrijf voor mezelf. Deels waar, deels een leugen. Want als ik écht 100% alleen voor mezelf zou schrijven, zou mijn hoofd mij niet zo in de weg staan; zouden mijn verhalen niet onzichtbaar blijven. Ergens wil ik het dus goed doen. MOET ik het goed doen. En ergens is het doel altijd geweest dat mijn verhalen de buitenwereld zullen vinden, waar mensen erover mogen oordelen.

Waarom laat ik ze dan alleen in mijn hoofd bestaan, waar ze opgeslokt worden door de tijd? Ligt het aan de faalervaringen? Ligt aan het feit dat ik vanaf groep 3 tot aan de 2e klas gepest ben geweest op school? Ben ik nog steeds zó bang voor afwijzing dat ik er (onbewust) voor zorg dat dit niet kan gebeuren? Ben ik dan echt zo zelfdestructief dat ik dan mezelf maar afwijs? Dat ik toegeef aan de grote boze binnenwereld om mezelf te beschermen tegen de grote boze buitenwereld?

Kan ik ermee leven dat mijn woorden in het duister blijven dwalen?

Overwinnen

Ik denk vaak aan opgeven. Als ik er niet aan begin, kan ik niet falen en hoef ik niet om te gaan met de teleurstelling in mezelf.
Allen…dat is geen optie. Als ik niet schrijf, dan sterft er een deel van mij en zal ik tot aan mijn dood in de rouw zijn.

Nee, dat is geen optie.

De enige optie is accepteren dat ik meer tijd nodig heb. Dat ik in mijn nieuwe huis wel de rust zal vinden om mijn verhaal te vertellen. Dat de eerste stappen richting de neuroloog die gezet zijn gaan helpen om mijn ziekte te verlichten. Dat er nog medicatie is voor ADHD die me kan helpen focussen die ik nog niet geprobeerd heb. Dat mijn boek het waard is. En dat de uitgevers niet weglopen. Dat ik mezelf aan kan kijken in de spiegel en mezelf kan vertellen dat ik goed genoeg ben (en het daadwerkelijk geloof).

Schrijven is mijn missie. De weg er naartoe is mijn grootste levensles. Ik ben mijn ergste vijand, maar het heeft geen zin om mezelf uit te willen roeien. Ik zal mijn schaduw bij de hand moeten nemen, zodat ik de grote boze binnenwereld kan overwinnen, en we samen de woorden naar het licht mogen brengen.